STATUTENWIJZIGING
van de stichting:
Stichting voor Ondernemingspensioenfondsen
gevestigd te 's-Gravenhage
Naam en zetel
Artikel 1
De stichting draagt de naam: Stichting voor Ondernemingspensioenfondsen, bij afkorting genaamd ''OPF". Zij is gevestigd te 's-Gravenhage.
Doel
Artikel 2
De stichting heeft ten doel het behartigen van de belangen van de bij haar aangesloten ondernemingspensioenfondsen in de ruimste zin.
Artikel 3
De stichting tracht haar doel te bereiken door:
a. het behartigen van de gemeenschappelijke belangen van de aangesloten
ondernemingspensioenfondsen in externe contacten;
b. het bundelen van de bestaande expertise voor de behartiging van de gemeenschappelijke belangen in bijvoorbeeld commissies, werkgroepen, kringen en overige organen waar ondernemingspensioenfondsen en “OPF” hun professionele visies kunnen uitwisselen en afstemmen;
c. het zowel nationaal als Europees samenwerken met organisaties die parallelle belangen hebben op het gebied van pensioenen, beleggingen, jaarverslaggeving en andere relevante zaken;
d. het verlenen van generieke services op collectieve basis aan de aangesloten ondernemingspensioenfondsen die ondersteunend zijn om de in het voorgaande omschreven doelen te bereiken;
e. het aanwenden van alle andere middelen, die tot het bereiken van het in het voorgaande artikel omschreven doel zouden kunnen bijdragen.
Aansluiting
Artikel 4
Aangeslotenen bij de stichting kunnen zijn ondernemingspensioenfondsen, ongeacht hun rechtsvorm, alsmede andere door het bestuur toe te laten instellingen.
Artikel 5
De aansluiting bij de stichting wordt verkregen door toelating door het bestuur. Door aansluiting bij OPF verklaart het pensioenfonds zich akkoord met de statuten van OPF.
Artikel 6
1. De aansluiting kan door opzegging worden beëindigd met ingang van de eerste januari van het kalenderjaar, volgend op het jaar waarin is opgezegd. De opzegging dient schriftelijk te geschieden aan het bestuur van de stichting met inachtneming van een opzeggingstermijn van ten minste zes weken.
2. Het bestuur kan de aansluiting beëindigen indien:
- het aangesloten ondernemingspensioenfonds niet langer als ondernemingspensioenfonds functioneert;
- de aangeslotene zijn financiële of andere verplichtingen jegens de stichting niet nakomt;
- redelijkerwijze van de stichting niet gevergd kan worden de aansluiting te laten voortduren.
De aangeslotene wordt ten spoedigste schriftelijk met opgave van redenen van het bestuursbesluit in kennis gesteld.
Het bestuur
Artikel 7
1. Het bestuur van de stichting bestaat uit een door het bestuur te bepalen aantal van ten minste acht en ten hoogste vijftien natuurlijke personen.
2. Een aangesloten ondernemingspensioenfonds kan slechts door één persoon in het bestuur vertegenwoordigd zijn.
3. Bestuursleden worden benoemd voor een termijn van vijf jaar.
4. Na afloop van de benoemingstermijn is het bestuurslid onmiddellijk herbenoembaar voor een termijn van vijf jaar. Herbenoeming vindt plaats ingeval de voordracht als bedoeld in artikel 8 lid 3 door het betrokken pensioenfonds met vijf jaar wordt verlengd en deze verlenging door het bestuur wordt aanvaard.
5. Het bestuurslidmaatschap eindigt op het moment dat:
a. de benoemingstermijn is geëindigd;
b. het bestuurslid overlijdt;
c. het pensioenfonds als bedoeld in lid 2 schriftelijk verklaart dat het bestuurslid het pensioenfonds niet meer vertegenwoordigt;
d. het betrokken pensioenfonds niet meer bij OPF aangesloten is;
e. het bestuur na toetsing als bedoeld in artikel 8, lid 4 laatste volzin, besluit het bestuurslidmaatschap van het betrokken bestuurslid te beëindigen;
f. het bestuurslid bedankt.
Artikel 8
1. Benoeming en ontslag van bestuursleden geschieden door het bestuur.
2. Bij de samenstelling van het bestuur wordt gelet op:
- vertegenwoordiging uit aangesloten ondernemingspensioenfondsen, die qua omvang en positie op de beleggingsmarkten en qua inbreng van kennis en ervaring op het gebied van pensioenen en beleggingen vooraanstaand zijn;
- vertegenwoordiging uit qua omvang van vermogen middelgrote aangesloten pensioenfondsen, die qua aantal deelnemers en qua inbreng van kennis en ervaring, gegeven de maatschappelijke betekenis van de sponsor, gezichtsbepalende spelers zijn;
- vertegenwoordiging uit aangesloten fondsen die als representant van een bepaalde groepering van ondernemingspensioenfondsen kunnen worden beschouwd.
3. Een bij OPF aangesloten ondernemingspensioenfonds wordt door het bestuur verzocht een schriftelijke voordracht voor het te benoemen bestuurslid te doen. Het betrokken pensioenfonds dient in de voordracht te verklaren dat de voorgedragen kandidaat het fonds vertegenwoordigt.
4. Bij de voordracht als bedoeld in lid 3 wordt de kandidaat door het bestuur getoetst op de door het bestuur aan een bestuurslid gestelde kwaliteitseisen inclusief de in lid 3 bedoelde vertegenwoordiging. In het kader van de toetsing zal het betrokken pensioenfonds het bestuur op verzoek van nadere informatie voorzien. Het bestuur kan de toetsing tijdens de benoemingstermijn van een bestuurslid zo dikwijls herhalen als door het bestuur gewenst is.
5. Ten minste één maal per kalenderjaar controleert het bestuur of de bestuurssamenstelling nog voldoet aan de criteria in artikel 8 lid 2. Dit geeft het bestuur de bevoegdheid om te besluiten tot het wijzigen van de bestuurssamenstelling. In geval van zo’n besluit kan een bestuurslid of een aantal bestuursleden niet voor herbenoeming in aanmerking komen.
Artikel 9
1. Het bestuur kiest uit zijn midden een voorzitter OPF, een voorzitter Commissie Pensioenzaken (CPZ) en een voorzitter Commissie Beleggingszaken (CBZ). Deze drie bestuursleden, aangevuld met een of meer door het bestuur uit zijn midden aangewezen personen, vormen samen het Dagelijks Bestuur (DB).
2. De voorzitter CBZ fungeert als penningmeester OPF.
3. De voorzitter OPF en de overige leden van het DB worden voor vijf jaar gekozen casu quo herkozen. Ingeval een bestuurslid wordt gekozen tot lid van het DB, zal de benoemingstermijn als bedoeld in artikel 7 lid 3 opnieuw aanvangen.
4. Het bestuur zal uit zijn midden twee bestuursleden kiezen, niet behorende tot het DB, om te fungeren als Audit Committee, belast met de controle op het beheer van de financiën.
Artikel 10
1. Het Dagelijks Bestuur schrijft de vergaderingen van het bestuur uit.
2. Het bestuur kan in bijzondere gevallen zelf een bestuursvergadering uitschrijven indien ten minste drie bestuursleden dit wensen.
Artikel 11
1. Tenzij deze statuten anders vermelden worden alle bestuursbesluiten genomen met een gewone meerderheid van stemmen in een vergadering waarin ten minste de helft van het totaal aantal bestuursleden aanwezig of vertegenwoordigd is en waartoe alle bestuursleden behoorlijk, onder vermelding van de te behandelen onderwerpen, zijn opgeroepen.
Het bestuur kan ook op andere wijze dan in vergadering besluiten nemen, mits alle bestuurders in de gelegenheid worden gesteld hun stem uit te brengen en zij allen schriftelijk hebben verklaard zich niet tegen deze wijze van besluitvorming te verzetten. Een besluit is alsdan genomen zodra de vereiste meerderheid van alle bestuurders zich schriftelijk vóór het voorstel heeft verklaard. Van een buiten vergadering genomen besluit wordt door de secretaris van het bestuur een relaas opgemaakt, dat in de eerstvolgende vergadering wordt vastgesteld en ten blijke daarvan door de voorzitter en de notulist van die vergadering wordt ondertekend. Het aldus vastgestelde relaas wordt tezamen met de in de eerste zin van dit lid bedoelde stukken bij de notulen gevoegd.
2. Besluiten met betrekking tot:
- personen; en
- functies in het bestuur of in het DB
kunnen slechts worden genomen met een meerderheid van ten minste tweederde van de geldig uitgebrachte stemmen, uitgebracht in een vergadering, waarin ten hoogste één bestuurslid niet aanwezig is casu quo niet vertegenwoordigd is.
Indien in de vergadering voormeld quorum niet aanwezig of vertegenwoordigd is, wordt een tweede vergadering bijeengeroepen, te houden niet eerder dan drie en niet later dan zes weken na de eerste vergadering; deze tweede vergadering is bevoegd dit besluit te nemen met een meerderheid van ten minste tweederde van de uitgebrachte geldige stemmen, ongeacht het aantal van de ter vergadering aanwezige of vertegenwoordigde bestuursleden.
3. Ieder bestuurslid kan zich bij schriftelijke volmacht ter vergadering door een ander bestuurslid laten vertegenwoordigen.
Vertegenwoordiging en bestuursbevoegdheid
Artikel 12
1. De stichting wordt vertegenwoordigd door de voorzitter met ten minste een ander lid van het DB.
2. Het bestuur is belast met besturen van de stichting.
3. Het bestuur is bevoegd tot het sluiten van overeenkomsten tot het verkrijgen, vervreemden of bezwaren van de registergoederen, tot het sluiten van overeenkomsten waarbij de stichting zich hoofdelijk als medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidsstelling voor een schuld van een derde verbindt.
4. Het bestuur kan besluiten de dagelijkse uitvoering van operationele werkzaamheden te delegeren aan het DB en aan een bij nader reglement in te stellen directie met uitvoerende staf en secretariaat.
Artikel 13
De onderstaande besluiten zijn in ieder geval expliciet aan het bestuur voorbehouden:
- het uitzetten van het strategisch beleid en goedkeuren van een jaarplan;
- het kiezen van bestuursleden tot leden van het DB en het ontslaan van DB-leden op individuele basis;
- benoemen en ontslaan van bestuursleden die vallen onder de coöptatieregeling;
- het delegeren van taken aan het DB;
- het bestuur kan een aantal bevoegdheden delegeren aan de directeur OPF. Deze delegatie zal worden vastgelegd in een directiereglement;
- het controleren van het DB;
- het goedkeuren van budget en jaarrekening;
- het vaststellen van de contributie;
- het bepalen van het strategisch beleggingsbeleid;
- het wijzigen van de juridische structuur van OPF;
- instemming verlenen over het aangaan, opheffen, wijzigen van strategische samenwerkingsverbanden;
- het instellen casu quo opheffen van commissies, werkgroepen;
- het besluiten over gemeenschappelijke vaste commissies, werkgroepen met andere koepelorganisaties;
- het goedkeuren van het reglement van criteria voor het benoemen van deelnemers aan commissies, werkgroepen en overige overleggen;
- het goedkeuren van de lijst van kwaliteitscriteria waaraan nieuwe bestuursleden moeten voldoen;
- besluitvormingen over investeringen casu quo uitgaven die niet in budget en jaarplan zijn opgenomen en groter zijn dan vijftigduizend euro (€ 50.000,00).
Artikel 14
1. Het DB is niet bevoegd te besluiten over zaken die expliciet aan het bestuur zijn voorbehouden tenzij besluiten geen uitstel gedogen en het onmogelijk is gebleken tijdig een (buitengewone) vergadering van het bestuur te doen plaatsvinden.
2. Het DB mag besluiten tot het aangaan van verbintenissen met derden, mits deze verbintenissen voortkomen uit het jaarplan, budget, bestuursbesluiten of zaken die door het bestuur aan het DB gedelegeerd zijn.
3. Het DB handelt, binnen de grenzen zijn bevoegdheden, onder verantwoordelijkheid van het bestuur.
Communicatie met de aangeslotenen
Artikel 15
Het bestuur draagt zorg voor een goede communicatie met de aangeslotenen door middel van:
- het organiseren van een jaarlijks congres;
- het regelmatig informeren van de aangeslotenen over ontwikkelingen op pensioengebied door middel van publicaties in ruime zin, voorlichtingsbijeenkomsten en het verstrekken van generieke adviezen op collectieve basis.
Bijdragen
Artikel 16
De aangeslotenen zijn een jaarlijkse contributie ter bestrijding van de kosten van de stichting verschuldigd.
Boekjaar, rekening en verantwoording
Artikel 17
1. Het boekjaar van de stichting is gelijk aan het kalenderjaar.
2. Per het einde van het boekjaar worden de boeken der stichting afgesloten en worden een balans en een staat van baten en lasten over het afgelopen boekjaar opgemaakt, welke jaarstukken na controle door het Audit Committee binnen zes maanden na afloop van het boekjaar aan het bestuur moeten worden aangeboden.
Het Audit Committee rapporteert zijn bevindingen aan de penningmeester en de directeur. Daarnaast rapporteert het Audit Committee algemene conclusies aan het bestuur.
Statutenwijziging
Artikel 18
1. Het bestuur is bevoegd om tot een statutenwijziging te besluiten.
Een besluit daartoe kan worden genomen met een meerderheid van ten minste tweederde van de geldig uitgebrachte stemmen, uitgebracht in een speciaal daartoe uitgeschreven vergadering, waarin alle bestuursleden aanwezig dan wel vertegenwoordigd zijn.
Indien in de vergadering voormeld quorum niet aanwezig of vertegenwoordigd is, wordt een tweede vergadering bijeengeroepen, te houden niet eerder dan drie en niet later dan zes weken na de eerste vergadering; deze tweede vergadering is bevoegd dit besluit te nemen met een meerderheid van ten minste tweederde van de uitgebrachte geldige stemmen mits in die vergadering tenminste de helft van het totaal aantal bestuursleden aanwezig of vertegenwoordigd is.
2. De leden van het bestuur zijn verplicht een authentiek afschrift van de akte houdende de wijziging neer te leggen ten kantore van het handelsregister, gehouden door de Kamer van Koophandel en Fabrieken in welk gebied de stichting haar zetel heeft.
Ontbinding en vereffening
Artikel 19
1. Het bestuur is bevoegd de stichting te ontbinden.
Op het daartoe te nemen besluit is het bepaalde in artikel 18, lid 1 van toepassing.
In het besluit tot ontbinding geeft het bestuur aan een eventueel resterend saldo een bestemming.
2. De stichting blijft na haar ontbinding voortbestaan voor zover dit voor de vereffening van haar vermogen nodig is.
3. De vereffening geschiedt door het bestuur. De vereffenaars dragen zorg voor de inschrijving van de ontbinding in het register bedoeld in artikel 18, lid 2.
4. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van deze statuten zoveel mogelijk van kracht.
5. Na afloop van de vereffening blijven de boeken en bescheiden van de stichting gedurende de wettelijke termijn berusten onder degene die bij het besluit tot ontbinding daartoe is aangewezen.
Slotbepaling
Artikel 20
In alle gevallen waarin de Wet of deze statuten niet voorzien beslist het bestuur.