ACP
SERO
ACP & SERO
OPF: het begin
OPF: Belangenbehartiging
ACP
Op 11 februari 1938 hebben vertegenwoordigers uit de pensioenwereld, levensverzekeraars en werkgevers besloten een vereniging van pensioenfondsen op te richten. Dit geschiedde onder auspiciën van de reeds enige jaren bestaande Financiële Adviescommissie, een informeel overleg tussen een aantal grote pensioenfondsen.
Op instigatie van het bestuur van het Verbond van Nederlandsche Werkgevers en in overleg met en instemming van de Ondernemersraad voor Nederlandsch Oost-Indië, de Algemene Katholieke Werkgeversvereniging en het Centraal Overleg voor Werkgeversbonden werd het initiatief genomen tot instelling van een commissie van advies voor pensioenzaken.
De oorspronkelijke naam was Adviescommissie voor Personeelfondsen, na de oorlog veranderd in Adviescommissie voor Pensioenfondsen (ACP). In de vooroorlogse jaren speelden naast beleggingsproblemen tal van andere vraagstukken van juridische, verzekeringstechnische en fiscale aard. Onder andere moest men zich richten op het voorontwerp van wet van de Hoge Raad van Arbeid inzake een personeelfondsenwet.
ACP moest dienen als contactorgaan waar ondernemingspensioenfondsen onderling ervaringen en ideeën konden uitwisselen. De voorzitter kwam uit de ondernemerskring, omdat men pensioenbeleid als een zaak van de werkgever beschouwde. ACP werd dan ook geacht geen uitspraken op beleidsterrein te doen.
In 1981 waren 170 ondernemingspensioenfondsen, 17 bedrijfspensioenfondsen, 89 ondernemingen met rechtstreeks verzekerde regelingen en 10 levensverzekerings-maatschappijen bij ACP aangesloten. Hierdoor had ACP een wat amorf karakter. Toch werd ACP door het Ministerie van SZW en de Verzekeringskamer erkend als een representatief orgaan van de ondernemingspensioenfondsen.
De leden van ACP werden van de actuele ontwikkelingen op pensioengebied op de hoogte gehouden door de ''Berichten'' die vanaf 1941 gemiddeld 25 keer per jaar verschenen.
SERO
Op grond van de ACP statuten was het mogelijk secties te vormen ter behartiging van bijzondere belangen. In 1982 werd de Sectie Eigen Risicodragende Ondernemings-Pensioenfondsen (SERO) opgericht door de eigen beheer voerende fondsen, als tegenhanger van de herverzekerde fondsen. Evenals de ACP werd het secretariaat ondergebracht bij VNO met eigen telefoonnummers en dergelijke. Van Tets (Unilever) werd de eerste voorzitter.
SERO had een eigen blad, ''Beleid en Beheer Pensioenen'' (BBP). De uitvoering verschilde sterk van de ''Berichten''. De opzet was namelijk anders omdat SERO zich niet alleen richtte tot de leden, maar ook tot doel had beleidsmakers, spraakmakers en andere ge﮴eresseerden te informeren over de ontwikkelingen op pensioengebied. Het BBP verscheen gemiddeld vijf keer per jaar.
ACP & SERO
In 1988 kwam een discussie op gang om te bezien of ACP en SERO niet nauwer konden samenwerken. In de praktijk was gebleken dat er in de besturen van ACP en SERO sprake was van een sterke personele unie. Zo was Van Tets bijvoorbeeld voorzitter van zowel ACP als SERO. Dubbellid waren verder o.a. Dams (DSM), Hoogerwerf (KLM), Van Riel (Philips) en Van der Schroeff (Hoogovens). Secretaris van SERO was Fesevur, bij ACP waren dat Vloemans en Van Zelst.
In een ACP-bestuursvergadering gaf Van Tets de richting aan die ACP en SERO zouden moeten opgaan. Allereerst zou men zich moeten ontdoen van leden die geen pensioenfonds waren. Het secretariaat zou fulltime bemand moeten zijn en er zou geen direct zichtbare band met VNO moeten zijn. De opties waren: [1] ACP plus SERO los van VNO, [2] ACP door met VNO en [3] SERO geheel zelfstandig.
In een volgende ACP bestuursvergadering werden de karakteristieken van ACP en SERO met elkaar vergeleken.
ACP was van meet af aan een adviesorgaan ten behoeve van werkgevers en er was een duidelijke link met het arbeidsvoorwaardenbeleid. ACP had met name een voorlichtende taak die intern op de achterban was gericht.
SERO was een afsplitsing van ACP op grond van verscheidenheid binnen de aanhang en koos nadrukkelijk voor een opstelling naar buiten toe als belangenbehartiger richting overheid en politiek.
Als uitgangspunt voor de besluitvorming diende toen dat ACP en SERO samen in een organisatie zouden moeten opgaan met zowel interne [voorlichtende] als externe taken, waarbij men zich zou moeten profileren als de organisatie van pensioenfondsen. Tevens zou het secretariaat versterkt moeten worden.
Op 2 augustus 1988 vond de eerste gecombineerde vergadering van ACP en SERO plaats. Als voorlopige naam voor de nog op te richten nieuwe organisatie werd Verbond van Ondernemingspensioenfondsen (Stichting VOP) gehanteerd. Dit onafhankelijk orgaan zou bij VNO gehuisvest worden en van de VNO-faciliteiten gebruik kunnen maken, maar met eigen telefoon, briefpapier, postbus en frankeermachine. Het was de bedoeling dat Van Tets in die nieuwe organisatie zou worden opgevolgd door De Kort (Shell) die dan als fulltime en bezoldigd voorzitter zou gaan functioneren. Omdat hij toen niet meer actief was als directeur van het pensioenfonds en andere nevenactiviteiten had die niet te combineren waren met het voorzitterschap heeft De Kort zich voor de formele oprichting van de nieuwe organisatie teruggetrokken als beoogd voorzitter.
OPF: het begin
Door het terugtreden van De Kort moest de nieuw op te richten organisatie een nieuwe voorzitter vinden. In de gecombineerde ACP/SERO-bestuursvergadering van 4 oktober 1989 werd vervolgens besloten terug te keren naar het ''oude'' voorzittersmodel, dat wil zeggen iemand die actief was als directeur van een ondernemingspensioenfonds. Tevens werd besloten Lambert (Unilever) formeel per 2 november 1989 te benoemen tot voorzitter van de per die datum opgerichte Stichting voor Ondernemingspensioenfondsen (OPF). Hansum werd de eerste penningmeester van OPF.
Tevens werden de ''Berichten'' (ACP) en ''BBP'' (SERO) omgevormd tot een nieuw blad onder de naam ''Opfacetten'' onder dezelfde redactie als Berichten en BBP. Tevens werden nieuwe contributieschalen ingevoerd.
Op 23 november 1989 vond de eerste bestuursvergadering van OPF plaats, onder voorzitterschap van Lambert.
OPF: Belangenbehartiging
In 1992 werd Van Rees (Shell Pensioenfonds) lid van het OPF-bestuur. Van 1 januari 1994 tot 31 december 2000 is hij voorzitter geweest, waarna Thoman (KLM Pensioenfondsen) de voorzittershamer tot 10 november 2005 gehanteerd heeft. Sinds het OPF-congres van 10 november 2005 is Sibbing (Unilever Pensioenfonds Progress) voorzitter van de Stichting.
In de eerste periode was OPF noodgedwongen nog erg defensief ingesteld en moesten bijvoorbeeld veel inspanningen worden geleverd om het Kabinet af te houden van vergaande plannen in het kader van de Brede Herwaardering, waarbij pensioenfondsen werden geacht een rol te spelen in het [verplicht] mede-financieren van grote infrastructurele projecten in Nederland.
Vanaf 1994 werd ook een steeds meer pro actieve rol gespeeld en kwam OPF met eigen initiatieven die in een aantal gevallen hebben geresulteerd in spraakmakende studies en rapporten, zowel op het terrein van de verplichtingen als van de beleggingen, alsmede op het gebied van communicatie, vergroting van de transparantie van pensioenfondsen en een studie naar aanleiding van de PVK-circulaire van 30 september 2002.