Nog niet zo lang geleden viel mijn oog op de volgende kop in de krant: “De Nederlandsche Bank maakt zich zorgen over het voortbestaan van kleine pensioenfondsen”. De zorg van DNB is met name ingegeven door de kostenfactor en de vereiste deskundigheid van het pensioenfondsbestuur. DNB heeft ongetwijfeld een punt om de aandacht te vragen voor deze onderwerpen. Ook ik maak me zorgen over het voortbestaan van pensioenfondsen, echter niet alleen ten aanzien van kleine fondsen, nee het gaat mij om de sector als geheel.
Mijn zorg wordt ingegeven door zorg over de doorslaande ontwikkeling in de samenleving richting individualisering. Als de samenleving doorslaat in de trend van individualisering, dan betekent dit naar mijn overtuiging ondermijning van de solidariteit. Langzaam zien we overigens al binnen het politieke spectrum de aandacht licht verschuiven van individu naar maatschappelijke cohesie en gemeenschapszin. Deze voorzichtige beweging is echter nog nauwelijks van betekenis voor de veel sterkere beweging van individualisering.
Solidariteit is de basis voor het bestaan van pensioenfondsen. Collectieve pensioenregelingen zijn bij uitstek gebaseerd op solidariteit. Zonder solidariteit geen pensioenstelsel zoals wij dit nu in Nederland kennen. In een samenleving waarin de solidariteit tussen generaties ter discussie komt, komt het pensioensysteem in gevaar. Als jongeren niet meer samen met ouderen de pensioenen willen financieren, dan zal het systeem uiteindelijk wankelen.
Tellen we daarbij de actuele discussie over wel of geen verplichte deelname in een pensioenfonds, dan is het spanningsveld omtrent het voortbestaan op de lange termijn een gegeven. De verplichting voor werknemers deel te nemen in de pensioenregeling van de onderneming, of bedrijfstak waarin zij werkzaam zijn, is ook een kwestie van solidariteit. Op het moment dat de verplichtstelling verdwijnt en de werknemer de volledige keuzevrijheid krijgt om zich bij een pensioenfonds of verzekeraar of misschien wel helemaal niet aan te melden, is de pensioenvoorziening als collectieve voorziening binnen het Nederlandse sociale stelsel failliet.
Voorstanders van volledige afschaffing van de 'grote' en 'kleine' verplichtstelling zullen ongetwijfeld de aanhangers van verplichte pensioendeelname rekenen tot de stroming van de paternalisten. Ik zou willen betogen dat het ten aanzien van de verplichtstelling geen kwaad kan om enig paternalisme te bedrijven. Zolang het pensioenbewustzijn bij met name jongeren en niet alleen bij jongeren zo matig is als uit onderzoek blijkt, dan is het maar goed dat we met z’n allen hebben bepaald dat deelnemen aan een pensioenfonds verplicht is. Binnen deze verplichting wordt door de pensioenfondsen getracht de nodige flexibiliteit aan te brengen door varianten in de basispensioenregeling op te nemen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan, vervroeging, uitstel, uitruil en hoog/laag varianten. Door als pensioenfondsen in te spelen op vragen van de deelnemers naar meer flexibiliteit in de regelingen, kan de huidige pensioenvoorziening prima overeind blijven. Wel zal hierbij de basisregeling gestoeld moeten zijn op collectieve solidariteit. Solidariteit zal de basis moeten blijven voor het voortbestaan van de pensioensector.
Je kunt je afvragen, of en in welke mate, de langzaam maar zekere verschuiving van Defined Benefit (DB) richting Defined Contribution (DC) niet ook op gespannen voet staat met solidariteit. Keuze voor DC-regelingen zijn ingegeven door het risicovraagstuk. In welke mate kan de sponsor, gegeven de IFRS-regels, het risico voor zijn balans dragen . Het kan een noodzakelijke rationele afweging zijn om deze keuze te maken, zoals ook de meeste DB-regelingen omgebouwd zijn tot voorwaardelijke middelloonregelingen. Ook dit heeft alles te maken met kostenbeheersing en derhalve met risicospreiding. Toch is bij DC-regelingen het gevaar aanwezig dat het risico van het pensioencontract geheel bij de (individuele) werknemer terecht komt en dat staat naar mijn mening wel op gespannen voet met solidariteit. Op zijn minst is het goed hier oog voor te hebben. Niet voor niets is de zorgplicht ook bij DC-regelingen neergelegd bij het pensioenfonds en ziet de AFM er op toe dat dit netjes en goed gebeurt. Dit laatste draagt ook een zweem van paternalisme in zich, of wordt via een u-bochtje de vrijheid van beleggingskeuze van de DC-deelnemer toch een beetje aan banden gelegd.
Kern van mijn zorg is, dat, wanneer er een mentaliteit ontstaat waarbij het credo is “Ik zorg zelf wel voor later”, dat dan de collectieve voorziening als pensioensysteem in haar voortbestaan wordt bedreigd. Niet nu, maar op den duur zal - als deze mentaliteit leidend wordt - een pensioenfonds een voorbijgaand verschijnsel worden. Natuurlijk kunnen we beleid maken dat er op gericht is om dit te voorkomen. Ik vind dat dit ook zou moeten.
In de allereerste plaats zal het pensioenbewustzijn van met name jongeren fors moeten worden verbeterd. Dit is een van de belangrijkste opdrachten voor de gezamenlijke pensioenfondsen en voor de afzonderlijke pensioenfondsen. Uit recent onderzoek (van ING) blijkt dat jonge Nederlanders nauwelijks bezig zijn met hun pensioen. Liever nog dan zich in dat onderwerp te verdiepen, brengt een jong volwassene een bezoek aan de tandarts. Behalve het tandartsbezoek, scoort ook een kerstdiner met de schoonouders nog hoger dan praten over het pensioen. Alleen filerijden op zondagmiddag wordt als erger ervaren. Als dit het beeld is bij de jongeren, dan ligt er nog een mooie en zware opdracht weggelegd voor de voorlichting over pensioen door de pensioenfondsen, oftewel, communicatie over pensioen zal de komende jaren het middelpunt van beleid moeten zijn bij pensioenfondsen. Maak als pensioenfonds duidelijk dat solidair zijn met een op solidariteit gebaseerde pensioenregeling van grote waarde en betekenis is voor ons sociale stelsel in Nederland!
Peter Eenshuistra
Directeur Pensioenfonds Predikanten