Allereerst complimenten en een speciaal woord van dank aan de staf van OPF voor de vernieuwde website. De site nodigt uit tot lezen en maakt nieuwsgierig wat er speelt in de boeiende wereld van ondernemingspensioenfondsen. Het is met veel plezier dat ik als eerste gast deze column schrijf en hoop dat er in de toekomst nog veel prikkelende, leerzame, sturende en kritische columns volgen.
Graag sta ik met u stil bij fiduciair management. Het is bekend dat pensioenfondsen modegevoelig zijn, er graag “bij willen horen” en niet graag afwijken van wat gebruikelijk geacht wordt. Deze modegevoeligheid speelt zich voornamelijk af in het vermogensbeheer. Het lijkt er op dat het nu fiduciair management is wat de klok slaat. Toch is hier iets bijzonders aan de hand. Thema’s die in het verleden in de mode kwamen verdienden navolging door succes bij grotere pensioenfondsen; denk bijvoorbeeld aan de interesse in alternatieve beleggingen. Maar bij fiduciair management ligt dat anders. De eerste aanbieder van fiduciair management in Nederland had na vier jaar intensieve marketing slechts één pensioenfonds als klant; bepaald geen succes. En toch zijn in korte tijd –we spreken dan over de laatste twee jaar- veel pensioenfondsen in gesprek over dit concept van vermogensbeheer.
De interesse voor fiduciair management laat zich eenvoudig verklaren: het beleggen door pensioenfondsen is in korte tijd sterk veranderd. Het is nog niet eens zo lang geleden, eind negentiger jaren, zelfs nog de eerste jaren van deze eeuw, dat de meeste pensioenfondsen met behulp van een simpele ALM studie (met de nadruk op de A van assets) de asset allocation voor zogenaamde balanced mandaten bepaalden. Risico’s werden onderkend en gemeten, maar waren van een andere orde dan hedentendage. Dat geldt ook voor de systemen die daarvoor worden gebruikt. Het financiële toetsingskader heeft geleid tot nieuwe inzichten in pensioenfinanciering en –beleggen. Balansmanagement is een belangrijk aandachtsgebied geworden. Instrumenten die ingezet kunnen worden om het strategische beleid uit te voeren zijn complexer dan vroeger. Grotere pensioenfondsen met ALM’ers en beleggingsstrategen in dienst hebben deze veranderingsslag kunnen maken, maar dat is niet vanzelf gegaan. In het pensioenfonds van Unilever, Progress, is het aantal medewerkers op de afdeling beleggingen gelijk aan tien jaar geleden. De verhouding strategie vs. uitvoering is echter omgekeerd. Bovendien is aanzienlijk geïnvesteerd in risicomanagement, zowel systemen als menskracht. Hoe moeten pensioenfondsen dit doen als zij niet over deze middelen beschikken? Is het dan niet heel aantrekkelijk als een partij aanbiedt om alle zorgen ineens weg te nemen? Om de beleidsvoorbereiding en – uitvoering ter hand te nemen, rapportages voor toezichthouders te verzorgen, portefeuilles te construeren, performance- en risicometing te doen? Ja, zo’n aanbod is zeer aantrekkelijk. Het is echter de vraag of fiduciair management dan de optimale oplossing is.
Deze vraag is niet eenvoudig te beantwoorden; het is niet kristalhelder wat er onder verstaan moet worden. In Het Financieele Dagblad is in maart, april en mei in de rubriek “Reacties van Lezers” een interessante uitwisseling over dit onderwerp te volgen. Als drie deskundigen het er al niet met elkaar over eens zijn wat het inhoudt, en ook wat het juist niet inhoudt, dan geeft dit duidelijk aan dat het concept in Nederland nog in ontwikkeling is. In Angelsaksische landen is de vraag makkelijker te beantwoorden omdat in het common law-rechtssysteem “fiduciairy” werkelijk inhoud heeft. Belangrijk kenmerk is: handelen in het belang van het pensioenfonds staat voorop, en tot de verplichtingen van een fiduciair manager worden ook zorgplicht en loyaliteit gerekend. In de Verenigde Staten schrijft de ERISA wetgeving PRINCIPLES OF CONDUCT voor fiduciaries voor; als niet aan deze principes wordt voldaan zijn fiduciair managers aansprakelijk voor eventuele verliezen. In Nederland is dat anders. De term fiduciair kan naar (marketing) believen aangepast worden. Worden in Nederland ook principles of conduct opgenomen in een overeenkomst tussen pensioenfonds en fiduciair manager?
Fiduciair management (of welke naam dan beter past bij dit concept) heeft volgens mij een goede kans van slagen mits er nog een aantal vraagstukken rondom de praktische invulling wordt opgelost. Ik noem er een paar. Functioneert deze managementvorm niet beter als een vast tarief in rekening wordt gebracht, in plaats van een performance gerelateerd tarief? Compenseert de manager ook voor underperformance? Kan een pensioenfonds volstaan met één adviseur voor zowel de selectie als de monitoring van de fiduciair manager? Wordt deze adviseur gecompenseerd door uw bijdrage of bestaan er daarnaast meer bronnen van inkomsten voor deze adviseur? Weet u precies hoe en waar de fiduciair manager haar marge verdient? En heeft u een draaiboek klaarliggen voor het beëindigen van de relatie? Waar vind ik een goede fiduciaire manager? Deze dienstverlening wordt aangeboden door consultants, door vermogensbeheerders en door verzelfstandigde pensioenuitvoerders. De laatste categorie heeft mijns inziens een groot voordeel omdat daar sprake is van een optimaal besef wat in het belang van een pensioenfonds is. Dergelijke punten zullen tijdens de OPF-themamiddagen "Uitbesteding vermogensbeheer" op 19 en 27 juni a.s. aan de orde komen.
Ten slotte wijs ik op het gebrek aan alternatieven, mede waardoor fiduciair management aan populariteit wint. Tien middelgrote pensioenfondsen met een gezamenlijk vermogen onder beheer van circa vijf miljard euro moeten toch in staat zijn om een bestuursbureau op te richten? En dan te zorgen dat de kennisassymmetrie verdwijnt? Hetzij om de functie van fiduciair management over te nemen, hetzij om juist in het belang van pensioenfondsen een spilfunctie te vervullen tussen hun fondsen en deze managers.
Loek Sibbing, voorzitter OPF